Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

9 tips bij incontinentie van je cliënt

Rhijja Jansen
Rhijja Jansen
Waar moet je op letten bij (mogelijke) incontinentie van je cliënt? UCS (urologie-, continentie- en stoma) verpleegkundige Gea Willems legt uit: 'Doe géén inlegger in de pants van je cliënt.'
Foto: Victoria М / stock.adobe.com
    1. Maak incontinentie bespreekbaar met je cliënt: ‘Rondom incontinentie heerst nog steeds een taboe. Ook bij verzorgenden en verpleegkundigen. Ze vinden het lastig om hier het gesprek over aan te gaan met hun cliënt, terwijl dit juist heel belangrijk is. Incontinentie kan iemand vreselijk in de weg zitten in het dagelijks leven. Sommige mensen durven de deur niet meer uit, omdat ze bang zijn dat ze urine verliezen, of ze schamen zich heel erg voor hun urineverlies. Stel dus altijd vragen hierover in het kennismakingsgesprek met je cliënt, sla het niet over. Breng het subtiel ter sprake. Dus zeg niet: “U bent incontinent”, of: “Plast u in de broek?”, want dan schrikt de cliënt en komt die schaamte weer om de hoek kijken: heeft mijn zorgverlener me geroken? Ben ik vies? Vraag eerder iets als: “Verliest u wel eens druppels urine als u moet lachen of niezen?” Of: “Ik zag bij het wassen dat u wat urinedruppels in uw onderbroek had, heeft u daar vaker last van?”. Hoe normaler je erover praat, hoe vertrouwder je cliënt zich voelt en hier open over kan zijn.’
    2. Zorg dat je cliënt een goede houding op het toilet heeft: ‘De beste houding om te plassen en te ontlasten, is een hoek van 90 graden van de knieeën, een hoek van 90 graden van de enkels en een hoek van 90 graden van de bovenbenen. Bij het plassen adviseer ik een holle tot rechte rug, bij het ontlasten een bolle rug. Met die houdingen kan de urine en de ontlasting er het makkelijkst uit. Maar vaak hebben ouderen een verhoogd toilet. Dat is makkelijker bij het opstaan, maar eigenlijk niet handig om de juiste houding te hebben bij het plassen en poepen: de cliënt heeft dan half bungelende voeten. Om dit op te lossen zetten verzorgenden wel eens een krukje onder de voeten, maar dit is ook niet ideaal: hierdoor ontstaat risico op vallen, want je cliënt moet eerst het  krukje opzij zetten om van het toilet af te komen. Valrisico is belangrijker dan helemaal uit kunnen plassen, dus ik zou er dan voor kiezen om het krukje weg te laten. Tenzij je zelf je cliënt van het toilet haalt, dan kan het wel. Maar het blijft altijd een afweging om te beslissen waar jouw cliënt het meeste bij gebaat is. De juiste houding aannemen bij het plassen, zorgt ervoor dat iemand zoveel mogelijk kan uitplassen. Even heen en weer wiebelen kan ook helpen, dan leeg je als het ware het laatste scheutje uit de emmer. Een goed leeggeplaste blaas zorgt ervoor dat je cliënt minder last heeft van urgency want een lege blaas zendt minder snel de prikkel uit dat je moet plassen. Bij urgency voelt iemand steeds aandrang om te plassen.
    3. Gebruik beelden bij iemand met dementie: ‘Iemand die dement is, kan opeens de wc niet meer vinden, terwijl het een uur ervoor prima ging. Dat komt vaker voor bij dementie, en is bijvoorbeeld op te lossen door met pictogrammen of foto’s te werken. Zet bijvoorbeeld een groot pictogram met een wc-poppetje op de deur van het toilet. Of een foto van een wc. Maak het visueel, dat landt vaak veel beter dan wanneer je gaat uitleggen waar de wc is.
    4. Maak de weg vrij naar het toilet: ‘Vooral in de thuiszorg zie je huizen vaak volstaan met kleedjes, kastjes en andere verstoringen waardoor ze niet op tijd bij het toilet kunnen komen als ze mobiliteitsproblemen hebben. Een rollator die blijft hangen bij een drempel of dik vloerkleed is niet handig. Overleg met je cliënt hoe je meer de weg kunt vrijmaken. Sommige mannen die ik verzorg hebben een ribfluwelen broek aan met bretels en een lange onderbroek, waardoor ze al urine verliezen voordat alles uit is. Ook hier kun je overleggen hoe je dit makkelijker kunt maken.’
    5. Laat mannen zittend plassen: ‘Bij mannen met een probleem aan de prostaat is de plasstraal niet meer zo sterk als toen ze 18 jaar waren. “Vroeger kon ik 30 meter ver plassen, nu ben ik blij als het in de pot komt”, zei een cliënt laatst tegen me. Door die slappe plasstraal gaan ze hun rug hol trekken om alsnog de pot te bereiken. Maar die holle rug zorgt ervoor dat ze de blaas niet voldoende kunnen leegplassen. Wanneer ze gaan zitten, lukt dit makkelijker.’

Urine-incontinentie is in de zorg nog altijd een ondergeschoven kindje, terwijl je met goede verzorging veel pijn en ongemak vóór kunt zijn. Lees de klinische les, maak de TVV Check en verdien 2 accreditatiepunten >>

  1. Bedenk een oplossing als iemand ver van het toilet slaapt: ‘Soms is het toilet op een andere verdieping dan waar de cliënt slaapt. Je kunt dan bijvoorbeeld een toiletstoel neerzetten, of de cliënte een urinaal in bed geven. Een condoomkatheter kan ook een uitkomst zijn voor mannen. Ik denk dat dit voor hen ook het prettigst zit, zonder incomateriaal in hun onderbroek. Maar zo’n condoomkatheter  moeten ze wel zelf kunnen aanbrengen. Of er moet een mantelzorger aanwezig zijn die bereidt is te helpen. En anders ben je al gauw aangewezen op inzet van een hulpverlener.’
  2. Doe geen extra inlegger in een pants: ‘Als iemand thuis woont en last van incontinentie heeft, kan hij na een halve dag al met een verzadigde pants (incontinentiebroekje) rondlopen. Dat zit onprettig en kan huidschade veroorzaken. Zorgverleners hebben dan de neiging om een inlegger in het pants te doen. Maar dit heeft geen zin: als de inlegger verzadigd is, zal de urine langs de benen weglopen. Het zal niet in het pants terechtkomen.  Daarnaast loopt iemand met een hele dikke prop tussen de benen én je verspilt materiaal. En het broekje functioneert dan meer als een fixatiemateriaal om de inlegger op zijn plek te houden. Daarvoor kun je beter stevig en nauwsluitend ondergoed gebruiken. Wat ik ook wel eens hoor is dat zorgverleners gaatjes in de inlegger prikken, zodat de urine in het pants kan komen. Maar ook dat is zinloos. Je kunt dan beter iemand vaker verschonen, of gebruik een inlegger in plaats van een incontinentiebroekje, zodat iemand  -of de mantelzorger- dit zelf kan verwisselen.’
  3. Mensen met dementie vinden incontinentiebroekjes vaak prettiger: ‘Je moet altijd naar de persoon kijken die je voor je hebt: bij de een is een inlegger handiger dan een incontinentiebroekje. Maar vaak vinden mensen met dementie een inlegger in de onderbroek gek. Een incontinentiebroekje, of pantsbroekje, voelt meestal meer als normaal ondergoed. Jouw taak als verzorgende is dan om te checken hoe vaak je cliënt een schoon broekje nodig heeft.’
  4. Geef advies wanneer iemand urine verliest voor hij toilet bereikt: ‘Als iemand nodig naar de wc moet, heeft hij de neiging om de bekkenbodemspieren aan te spannen en te verkrampen, omdat hij bang is om urine te verliezen. Wanneer je vervolgens opstaat om naar het toilet te lopen, verandert die verkramping en verliest iemand urine. Wat ik dan altijd adviseer: voelt u aandrang? Blijf dan even zitten en wacht tot de aandrang weg is. Want zolang je zit, heb je voldoende ondersteuning en knel je de kringspier van de blaas af, waardoor je niet in je broek plast. Adem vervolgens rustig via je buik. Niet in de borst, want dan zet het middenrif uit en die drukt op de totale buikinhoud en dan ook op je blaas. Adem dus via je buik, en stel jezelf in gedachten gerust: rustig blijven zitten, dit zakt vanzelf af. Vervolgens verdwijnt de aandrang. Sta dan pas op en ga naar het toilet. Kom je er niet helemaal uit? Neem dan contact op met een continentieverpleegkundige voor advies.’

Klik hier voor meer informatie over continentieproblemen en hulpmiddelen >>

Blijf op de hoogte van interessante artikelen over incontinentie met de gratis online nieuwsbrief van TVV voor verzorgenden >>

1 REACTIE