Hoe reageer je op: ‘Ik wil naar huis’?

Vraag verzorgende: ‘Een bewoner met dementie vraagt steeds wanneer ze naar huis mag. Hoe kan ik hier het beste op reageren?’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Als iemand naar huis wil moet je niet meteen gaan afleiden. 'Verdriet mag er zijn.' Foto: AdobeStock

Antwoord ouderenpsycholoog Sarah Blom: ‘De uitspraak “Ik wil naar huis” komt regelmatig voor bij mensen met dementie. Mensen die naar huis willen uiten vaak een hele concrete wens, hebben een duidelijke bestemming voor ogen en voeren sterke argumenten aan om jou te overtuigen: “De kinderen zitten thuis op mij te wachten” of “moeder is ziek, ik moet haar verzorgen.”

Níet afleiden

Mensen die aangeven naar huis te willen missen veelal geborgenheid en veiligheid. Ze hopen deze veiligheid thuis te zullen vinden. De omgeving probeert deze persoon vaak te corrigeren “u woont hier”, “wij zorgen voor u” of “maakt u zich toch geen zorgen.” Maar mensen die naar huis willen worden vaak voortgedreven door een groot gemis en hoe groter dit gemis, hoe groter deze drang om naar huis te willen. Iemand gelijk willen corrigeren, troosten of confronteren met de realiteit versterkt dit gemis én de drang naar huis. Ze zullen zich eerder van je afkeren. En dit is doodzonde. Want jouw relatie met je bewoner is alles wat er is. Enkel in deze relatie kun je iemand helpen en gedrag verminderen. Zoek dus gelijk de verbinding door emoties te laten uiten én te verwoorden wat er in iemand leeft: “U wilt zo graag naar huis, u voelt zich hier gevangen genomen.” Mensen voelen en ervaren van alles in de dementie, maar helaas raken ze steeds meer het contact met zichzelf kwijt. Door letterlijk woorden te geven aan hun gevoelswereld, herstel je dit contact en verminder je hun verwardheid: “U heeft veel verdriet, u mist uw moeder zó.” Door ruimte te bieden aan gevoelens, geef je mensen de kans deze te verwerken (ja, ook in de dementie is dit mogelijk!), waardoor het gemis minder kan worden en de drang naar huis te gaan vermindert. Soms kan het helpen om je handen op iemands wangen te leggen en met je duimen rondjes te draaien. Vaak voert dit mensen terug naar de geborgenheid van hun jeugd. Zo word je zelf eigenlijk een soort moeder in het contact. Door bepaalde delen van het lichaam aan te raken, kun je deze gevoelens omhoog halen.’

Ben je benieuwd naar meer tips over dementie? Abonneer je dan op de gratis nieuwsbrief! Nieuwe abonnees maken kans op een kaartje voor Het Verpleeghuiscongres op 31 oktober >> 

‘Probeer vervolgens te achterhalen wát iemand precies mist aan moeder. Soms is het een luisterend oor, maar het kan ook iets anders zijn. Zo was er een bewoonster met autisme die vroeger geen baan kon krijgen. Haar moeder liet haar eens per week het hele huis schoonmaken, zodat ze zich nuttig voelde. Toen we hierachter kwamen, lieten we haar elke week haar eigen kamer afstoffen. En dat hielp! Wanneer je mevrouw direct probeert af te leiden, kom je hier nooit achter. En voelt ze zich enkel onbegrepen. Dit is een hele pijnlijke ervaring.’

Volgens Sarah is het belangrijk om twee groepen te onderscheiden: mensen die naar huis willen en mensen die vooral weg willen. Die laatste groep vraagt een andere benadering. Welke? Sarah Blom legt het hier uit >>

‘Ook was er eens een mevrouw die telkens aangaf naar huis te willen. Ze was telkens zó woest: ‘Ik wil weg, laat mij eruitttt!’ Ik begon haar te verwoorden en haar lichaamshouding en gezichtsuitdrukkingen te spiegelen ‘U wil weg, u haat het hier!’ ‘Ja!’, zei ze. ‘Wat haat u hier het meeste?’ ‘Jij!’, was het antwoord. ‘Je bent helemaal opgedoft om de mannen te verleiden, je bent een del!’  Ik bleef spiegelen, verwoorden en doorvragen. Wat bleek: ze zag mij aan voor de minnares van haar man. Hij was vroeger vreemd gegaan met haar beste vriendin. Deze pijn, dit verdriet, werd vertaald in de wens ‘’Ik wil naar huis”. Door ruimte te bieden aan dit opgekropte verdriet, kon ze het verwerken en werd de drang om naar huis te gaan minder. Natuurlijk is het prima om mensen af te leiden op momenten, maar dit kan niet zonder eerst aan te sluiten bij dat wat er speelt. Op een gegeven moment vertelde ik mevrouw over mijn eigen relatieperikelen en zo veranderde we ongemerkt van onderwerp. Veel mensen zeggen: “Dat zijn veel te ingewikkelde vragen voor iemand met dementie.” Maar je zult versteld staan hoe goed mensen met dementie vragen kunnen beantwoorden als je de juiste technieken toepast. Blijf altijd nieuwsgierig en ontdek wat er speelt. Wanneer je hierbij aansluit, scheelt dit veel tijd. Wat je doet is immers gelijk doeltreffend en helpt vaak direct. En soms is de oorzaak van het gedrag niet eens zo diepgaand, maar hebben mensen gewoon pijn, dorst of honger.’

Heb jij een vraag over dementie voor Sarah Blom? Mail die dan naar redactie.tvv@bsl.nl ovv ‘Vraag voor Sarah’.

Sarah Blom is ouderenpsycholoog en theatermaker. Met haar muziektheaterstuk DAG MAMA reikt ze inzichten en handvatten over omgaan met dementie. Ook schreef ze de bestseller ‘Jij bent toch mijn dochter’