Medicijnquiz: test je kennis over slaap- en onrustmedicatie

Benzodiazepinen - in de volksmond ‘pammetjes’ genoemd - worden veelvuldig gebruikt in de zorg. Weet jij alle ins en outs van dit type medicijn? Test je kennis met deze kennisquiz!

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Hebben ouderen wel of geen andere dosering nodig? Foto: iStock
  1. Benzodiazepinen kunnen ingezet worden bij een paniekstoornis
    A. Dat is waar
    B. Dat is niet waar
  1. Welke bewering(en) is/zijn waar?
    I Je kunt lichamelijk afhankelijk worden van benzodiazepinen. Als je met het gebruik stopt, kun je ontwenningsverschijnselen hebben.
    II Als je benzodiazepinen gebruikt, ontstaat er tolerantie: je lichaam went eraan, en heeft na verloop van tijd een hogere dosis nodig voor hetzelfde effect.
    II Je kunt geestelijk afhankelijk worden van benzodiazepines. Als je na een tijdje stopt, kun je je ellendig voelen. Dit komt doordat de problemen met benzodiazepines worden weggedrukt. Die komen weer in alle hevigheid boven.
    A. I en II zijn waar.
    B. I en III zijn waar.
    C. Alle beweringen zijn waar.
  1. Een ezelsbruggetje voor benzodiazepinen is dat ze allemaal
    eindigen op ‘–pam’.

    A. Dat is waar
    B. Dat is niet waar
  1. Zet de volgende benzodiazepinen op volgorde van kortwerkend naar langwerkend: flurazepam, lorazepam, nitrazepam, temazepam.
    A. lorazepam, temazepam, nitrazepam, flurazepam
    B. temazepam, lorazepam, nitrazepam, flurazepam
    C. nitrazepam, temazepam, flurazepam, lorazepam
    D. temazepam, flurazepam, lorazepam, nitrazepam
  1. Bij een delier (verwardheid die plotseling binnen enkele uren tot dagen ontstaat) kun je bij de arts het beste zo vroeg mogelijk om oxazepam vragen.
    A. Waar
    B. Niet waar
  1. Ouderen zijn in het algemeen gevoeliger voor benzodiazepinen.
    A. Waar
    B. Niet waar
  1. Hoe lang mag je cliënt benzodiazepinen bij slaapproblemen en bij gegeneraliseerde angststoornissen in principe gebruiken?
    A. Slaapproblemen een maand, angsten twee maanden
    B. Slaapproblemen een week, angsten een maand
    C. Slaapproblemen twee weken, angsten twee maanden
    D. Slaapproblemen twee weken, angsten een maand
  1. Wat is een contra-indicatie voor het gebruik van benzodiazepinen?
    A. Ernstige ademhalingsproblemen
    B. Diabetes
    C. Openkamerhoekglaucoom
    D. Antwoorden A, B én C
  1. Als iemand verslaafd is aan benzodiazepinen, kan hij het beste…
    A. Cold turkey afkicken
    B. Geleidelijk afkicken met behulp van diazepam
    C. Geleidelijk afkicken met de benzodiazepine hij al bekend mee is
  1. Somberheid kan een bijwerking zijn van benzodiazepinen
    A. Waar
    B. Niet waar

    Lees ook: 8 fabels en feiten over benzodiazepinen



Hoeveel antwoorden weet jij? Scroll naar beneden voor de antwoorden!

Over medicatie in de palliatieve zorg bestaan nog altijd veel misverstanden. Bij cliënten, maar ook bij zorgverleners. Test je kennis én verdien twee accreditatiepunten met de TVV Check >>

Antwoorden: 1A 2C 3B 4B 5B 6A 7D 8A 9B 10A

Uitleg bij de antwoorden:

1 A. Yassir Boubkary, apotheker en senior farmaceutisch onderzoeker bij Cerner Corporation: ‘Wat me opvalt is dat benzodiazepinen in het algemeen een negatief imago hebben in de zorg. Dit is niet geheel onterecht, maar als benzodiazepinen op de juiste manier ingezet worden kunnen deze medicijnen zeker nuttig zijn. Benzodiazepinen dienen niet langdurig gebruikt te worden, vanwege het risico op gewenning en verslaving. Voor cliënten die aan een paniekstoornis lijden en die voor medicamenteuze behandeling in aanmerking komen, is behandeling met een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI, zoals paroxetine) of serotonerge tricyclische antidepressiva (serotonerge TCA, zoals clomipramine) eerste keus. Deze medicijnen werken echter niet direct. Bij de start van de behandeling kan er daarom gekozen worden om een benzodiazepine twee tot vier weken te geven om de eventuele angst in het begin op te vangen.’

2 C. Je kunt onderscheid maken tussen lichamelijke afhankelijkheid en geestelijke afhankelijkheid. We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Het gebruik van benzodiazepinen leidt tot lichamelijke afhankelijkheid. Wanneer iemand stopt na langdurig gebruik kunnen zelfs ‘toevallen’ optreden. Een ander lichamelijk verschijnsel dat bij het gebruik van benzodiazepinen optreedt is tolerantie: het lichaam went er snel aan. Na verloop van tijd is er een hogere dosis nodig voor hetzelfde effect. Geestelijke afhankelijkheid betekent dat de gebruiker steeds sterker naar het middel verlangt en zich eigenlijk niet meer prettig kan voelen zonder. Ook dit risico is groot bij het gebruik van benzodiazepinen. Als na een lange tijd slikken wordt gestopt, voelt de gebruiker zich ellendig. Want de problemen die met de benzodiazepinen waren weggedrukt, komen weer in alle hevigheid boven. Doordat zowel de lichamelijke als de geestelijke ontwenningsverschijnselen hevig kunnen zijn, is de neiging om opnieuw te beginnen groot. (Bron: Factsheet Slaap- en kalmeringsmiddelen van Trimbos Instituut)

3 B. Veel van de benzodiazepines hebben een naam die eindigt op ‘-pam’, zoals oxazepam, diazepam en lorazepam. Maar dit ezelsbruggetje gaat niet voor alle benzodiazepinen op, vertelt apotheker ouderenzorg Chiara van Rodijnen: ‘Er wordt onterecht gedacht dat bijvoorbeeld zopiclon minder schadelijk is dan temazepam. Dit is dus niet zo, want zopiclon behoort ook tot dezelfde medicijngroep: de benzodiazepinen. Zopiclon heeft dus net zulke heftige bijwerkingen.’

4 B. Boubkary: ‘Alhoewel alle benzodiazepinen dezelfde werkzaamheid hebben, zijn er verschillen tussen benzodiazepinen als het gaat om werkingsduur. Langwerkende benzodiazepinen kunnen opstapelen in het lichaam bij langdurig gebruik. Terwijl kortwerkende benzodiazepinen sneller afkickverschijnselen veroorzaken als je cliënt er direct mee stopt. Flurazepam wordt in de regel niet aangeraden vanwege de extreem lange werkingsduur, vooral bij ouderen kan dit een groot probleem zijn. Flurazepam werkt wel snel als je het inneemt, maar doordat het zo lang door blijft werken, is het een heel onpraktische benzodiazepine. Als je een (oudere) cliënt hebt die flurazepam gebruikt, adviseer ik om altijd navraag te doen bij de behandelend arts of apotheker of een dergelijk langwerkende benzodiazepine wel nodig is. Want er moet wel heel veel aan de hand zijn om dit voor te schrijven.’

5 B. Net als bij plotselinge angsten, begin je bij een delier eerst met een niet-medicamenteuze behandeling, stelt Boubkary. ‘Dus bij een delier help je je cliënt eerst met heroriënteren: zorg ervoor dat de cliënt zijn (lees)bril en hoorapparaten draagt, zet een kalender en klok duidelijk in het zicht, zorg dat bekende gezichten in de buurt zijn, zoals familieleden, en gebruik korte zinnen om uit te leggen waar de cliënt is en wie je bent.’ Helpt dat niet en blijft je cliënt erg verward en angstig? Dan wordt vaak eerst haloperidol ingezet, en lorazepam ‘als escape’, vertelt Boubkary: ‘Dit kan je cliënt rust geven, maar dat betekent niet dat iemand beter uit zijn delier komt. Iemand kan nog steeds gedesoriënteerd zijn. Het is nooit goed wetenschappelijk onderbouwd dat lorazepam, of een benzodiazepine in het algemeen, écht de cliënt met een delier ten goede komt. Maar uit de praktijk komen wel verhalen dat het werkt. Maar de voorkeur blijft: een niet medicamenteuze benadering.’

6 A. Boubkary: ‘Ouderen hebben over het algemeen relatief minder spiermassa en een hoger vetgehalte. Benzodiazepinen zijn lipofiel, dat wil zeggen dat ze zich graag in vet mengen. Daardoor wordt het minder snel door het lichaam verwerkt. Doordat ouderen relatief meer uit vet bestaan, lopen zij een groter risico op opstapeling van benzodiazepinen bij langduriger gebruik. Dit komt omdat de benzodiazepine kan opstapelen in het lichaam (lees: in het vet). Daarnaast zijn ouderen gevoeliger voor de bijwerkingen zoals slaperigheid overdag, duizeligheid en spierzwakte. Wanneer een cliënt gezien moet worden als een “oudere” is moeilijk te zeggen, de meeste richtlijnen spreken van 75 jaar en ouder, maar de grens wordt soms ook bij 65 jaar getrokken. Let wel: niet elke oudere is hetzelfde, er komt meer kijken bij de “fitheid” van je cliënt dan alleen de leeftijd. De meeste fabrikanten van benzodiazepinen raden dan ook aan om een halve dosering aan ouderen voor te schrijven en wellicht indien nodig op te bouwen. Let dus vooral op veelvoorkomende bijwerkingen bij ouderen, zoals slaperigheid overdag, duizeligheid en spierzwakte. Als dat toeneemt na verloop van tijd, kan er opstapeling plaatsvinden en is het misschien tijd om te kijken naar een afbouwschema. Bij (te) hoge doseringen kunnen ouderen gek genoeg ook last van bijwerkingen krijgen die tegen de logica in gaan, zoals acute opwinding.’

7 D. Boubkary: ‘volgens de huidige NHG-standaarden is het advies om het gebruik van een benzodiazepine altijd te beperken tot een minimum. Bij slaapproblemen wordt gesproken over een maximum van twee weken (vermijd dagelijks gebruik en eenmalig 5 tot 10 tabletten om gewenning en afhankelijkheid te voorkomen) en bij gegeneraliseerde angststoornissen een maximum van een maand.’ Een gegeneraliseerde angststoornis wordt ook wel piekerstoornis genoemd, zijn continu gespannen en piekeren voortdurend. Objectief gezien is er geen reden voor, maar ze zijn constant bang dat er iets vreselijks zal gebeuren.

8 A. Benzodiazepines zijn redelijk veilige geneesmiddelen, als je cliënt ze volgens het voorschrift gebruikt. ‘Maar als je cliënt lijdt aan ernstige ademhalingsproblemen, zoals een slaap-apneusyndroom, dan is dat wel een contra-indicatie’, licht Boubkary toe, ‘want benzo’s kunnen een ademhalingsdepressie (verminderde ademhaling) in de hand werken. Voor iemand die al kampt met ernstige ademhalingsproblemen kan dit ernstige benauwdheidsklachten geven.’ Wat verzorgenden niet altijd weten: ook de aandoening myasthenia gravis (MG) is een contra-indicatie is voor het gebruik van benzodiazepinen, zegt Boubkary: ‘MG is een aandoening waar cliënten vooral last van spierzwakte hebben. Benzodiazepinen kunnen ook spierverslappend werken, geen handige combinatie dus bij een cliënt die al last heeft van spierzwakte, vandaar de contra-indicatie.’

9 B. Als iemand gaat afkicken van benzodiazepinen, wordt dit afgebouwd in gemiddeld zes tot twaalf weken, vertelt Boubkary: ‘In dit afbouwschema heeft diazepam een belangrijke rol. Dat komt doordat diazepam redelijk langt werkt. Diazepam wordt afgebroken in de lever, en in dit afbraakproces worden metabolieten gevormd. Deze metabolieten zijn óók actief. Doordat diazepam lang werkt en actieve metabolieten heeft, verdwijnt het effect van de benzodiazepine dus langzaam uit het lichaam. Doordat dit langzaam gebeurt is de kans op ontwenningsverschijnselen veel kleiner. Bij iemand die kortwerkende benzodiazepinen gebruikt, is er even het gevoel van rust, en vervolgens is de “verdoving” weer weg. Daardoor heeft iemand weer behoefte aan meer benzo’s en is het afkicken heel moeilijk. Dit gebeurt ook als iemand cold turkey afkickt: de kans op terugval is dan groter, dan wanneer je geleidelijk aan afbouwt met behulp van diazepam.’ Het lichaam zou geen onderscheid moeten kunnen maken tussen benzodiazepinen, kwalitatief gezien werken ze namelijk hetzelfde, maar de opname en afbraak van diazepam kan anders zijn dan de benzodiazepine die je cliënt gebruikt. Met deze rekenmodule van de KNMP is het mogelijk om een afbouwschema te maken. Hoe je iemand die afhankelijk (verslaafd) is aan benzodiazepinen herkent? Volgens Boubkary moeten de alarmbellen al afgaan als iemand langer dan twee weken benzo’s als slaapmiddel gebruikt en niet meer zonder kan (zo snel kan het gaan). ‘Ook als je cliënt steeds (vaker) een nieuw recept aanvraagt, moet je alert zijn. Verslaving aan benzodiazepinen komt voornamelijk voor als het gebruikt wordt voor slaapproblemen. Cliënten die niet meer kunnen slapen, geagiteerd zijn en/of zeggen last te hebben van hartkloppingen als ze de benzodiazepine niet innemen zijn tekenen van lichamelijke en psychische afhankelijkheid.’

10 A. Gevoelens van somberheid en depressie kunnen bijwerkingen zijn van benzodiazepinen, meldt het Trimbos Instituut. Daarnaast kunnen benzo’s zorgen voor een verminderd reactievermogen, sufheid, minder zin in seks, obstipatie, vermoeidheid en afvlakking van gevoelens. Vooral bij ouderen moet je alert zijn op een toenemend risico op vallen.

Blijf op de hoogte van nieuwe medicijnquizzen met de gratis nieuwsbrief van TVV voor verzorgenden >>

Heb jij een vraag over benzodiazepinen? Mail hem naar redactie.tvv@bsl.nl