Pandemische paraatheid betekent hoe goed Nederland is voorbereid op een nieuwe uitbraak van een besmettelijke ziekte, zoals corona. Het gaat daarbij om voldoende beschermingsmiddelen, duidelijke protocollen, extra scholing, genoeg personeel om piekdrukte op te vangen en goede afspraken over opschaling van zorg. Kortom: alles wat nodig is om tijdens een grote uitbraak veilig en georganiseerd te kunnen werken.
Over grenzen heen
Voorzitter Femke Merel van Kooten van NU’91 zegt dat het niet de vraag is óf er een nieuwe pandemie komt, maar wanneer. Tijdens de coronapandemie werkten verzorgenden en verpleegkundigen onder hoge druk. Veel collega’s gingen over hun grenzen heen en hadden te maken met onvoldoende bescherming. Dat had soms grote persoonlijke gevolgen. Een deel van de verzorgenden en verpleegkundigen geeft aan nog steeds niet hersteld te zijn van deze periode. Ook kampen nog veel zorgprofessionals met long-covid.
Bewust risico
Volgens NU’91 weten zorgprofessionals zelf het beste wat er beter moet bij een volgende crisis. Toch ziet de organisatie dat de overheid nu minder geld steekt in voorbereiding. Als je minder voorbereidt terwijl je weet dat er een nieuwe pandemie kan komen, neem je volgens Van Kooten bewust een risico.
NU’91 benadrukt dat de zorg er slechter voor staat dan vóór corona. Er zijn grotere personeelstekorten, de werkdruk is hoger en het ziekteverzuim blijft hoog. Zonder goede voorbereiding is er volgens de organisatie geen ruimte om opnieuw een pandemie op te vangen.
Oproep aan kabinet
Daarom roept NU’91 het kabinet en de Tweede Kamer op om de afbouw van pandemische paraatheid terug te draaien en te blijven investeren in personeel, scholing, bescherming en zeggenschap van verzorgenden en verpleegkundigen bij crisisvoorbereiding. Het is volgens NU’91 onverantwoord om zonder betere voorbereiding opnieuw zo’n situatie in te gaan.


