Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Blog Karin: ‘Mijn moeder, de zorgmijder…’

Rhijja Jansen
Rhijja Jansen
Onlangs stapte Karin van Bulderen over van KLM naar de zorg. Als ze mantelzorger van haar moeder wordt, noemt de huisarts haar moeder 'zorgmijder'. Karin merkt dat deze term niet helpend is...
Karin van Bulderen met haar moeder.

Vorig jaar in juli is mijn moeder overleden. In haar eigen huis, in bijzijn van mij en haar schoonzoon en omringd door haar eigen spullen. Al jaren kwam zij niet meer buiten, er was altijd een reden om dat niet te doen. Al stond ik met een rolstoel voor de deur, zij weigerde. Zoals zij zoveel weigerde. Haar mantra was: ‘het komt goed’ en daar kon je het mee doen. Ik geef toe, ik ben boos op haar geweest en gefrustreerd. Vaak ging ik bij haar weg met schuldgevoel en een intens verdriet, omdat ik haar niet tot actie wist te bewegen. Alles haalde ik uit de kast om haar iets van kwaliteit van leven te kunnen geven. Maar in mijn beleving faalde ik jammerlijk.

Zorgmijder

In het begin kwam de huisarts nog wel eens langs en zijn er geheugentesten afgenomen. Want ze vergat toch wel veel en haalde veel door elkaar. Er kon niet met zekerheid gezegd worden of mijn moeder dementie had, maar het was zeker mogelijk. Deze gesprekken gingen langs mijn moeder heen. ‘Het komt goed’, was steevast haar reactie. Alle adviezen en suggesties die werden aangedragen, konden op een afwijzing van haar rekenen. ‘Tja’, verzuchtte de huisarts, ‘je moeder is een zorgmijder en als zij niet zelf wilt, dan is er niet veel wat wij kunnen doen.’

In de thuiszorg kun je mensen tegenkomen die helemaal niet op jou zitten te wachten: de zogenoemde zorgmijders. Hoe ga je hiermee om? ‘Het winnen van vertrouwen is het belangrijkste.’ >>

Haar situatie baarde mij grote zorgen. Zij at nog maar zeer weinig en vaak alleen als ik bij haar was. Het liefste lag zij in haar bed en haar uiterlijke verzorging werd een strijd. En toen brak het coronavirus uit en de wereld leek stil te staan… Ook die van mij. Als stewardess was er ineens weinig tot geen werk meer en wat een zegen bleek dit achteraf te zijn. Ook voor mijn moeder. Zeker vier, maar vaak vijf keer per week ging ik bij haar langs en er ontstond een bepaald ritme die voor ons beiden prettig was. Een ritme gebaseerd op haar behoeftes en mijn verlangen om in verbinding met mijn moeder te zijn. Ik noem deze fase van onze levens samen: ‘afstemmen en meebewegen’. Ik gaf het op om mijn kijk op kwaliteit van leven aan haar op te dringen, luisterde naar haar verhalen over meeuwen die op de Albert Cuyp een visje kwamen eten, om vervolgens de boot terug te nemen naar Texel en hoe de buurvrouw in Nieuw-Zeeland als sopraan op reis was met André Rieu…

Haren knippen

Ik ontdekte nieuwe talenten bij mezelf. Zoals het knippen van haar haren. Eerlijk gezegd heeft het nog nooit zo goed gezeten als toen. Al mijn creativiteit wendde ik aan om haar onder de douche te krijgen en aan het eten. Zij kon er nu om lachen, want ze voelde dat ik handelde uit pure liefde en zonder dwang. We zongen liedjes samen, vooral die schunnige die ze van haar vader had geleerd en soms zaten we gewoon naast elkaar op het balkon van de zon te genieten.

Niet tot last zijn

Ik realiseerde mij dat mijn moeder helemaal geen zorgmijder was. Dat dit een te makkelijke term is voor iemand die niet tot last wil zijn en haar autonomie wil bewaren. Een label waar een veroordeling in zit, die kan leiden tot tweedeling in plaats van tot verbinden. Tweedeling vanuit gevoelens van frustratie en boosheid: ‘Jij weigert mijn hulp, nou dan kom ik niet meer.’ Ik heb het met de huisarts meegemaakt. Maar aangeven wat je niet wilt, zegt ook veel over wat je wél wil.

Bij cliënten met NAH kan hun beperkte ziekte-inzicht ervoor zorgen dat ze alle hulp wegwuiven: ‘Nee hoor, ik doe het zelf wel.’ NAH-expert Arno Prinsen legt uit hoe je wél kunt doordringen tot deze cliënten >>

Gaandeweg trok mijn moeder zich meer en meer in zichzelf terug, alhoewel zij altijd blij was mij te zien. En ik haar. Wanneer ik haar broze lichaam had gewassen en ik haar had afgedroogd en aangekleed, zag ik haar schuifelen naar haar plekje op de bank. Zij zag daar dingen die ik niet zag, maar waar ik wel in meeging en zo ontstonden er interessante situaties. Maar diep van binnen wisten wij beiden dat het zo niet langer kon. Er was gewoonweg geen energie meer over. En toen op een woensdag vond ik haar. Zij was gevallen en had haar heup gebroken. De situatie was zeer zorgelijk en tegelijkertijd totaal niet, want door altijd aangegeven te hebben wat zij niet wilde, kreeg zij wat zij al jaren wel wilde. Geen ziekenhuisopname, gewoon in haar eigen huis in bijzijn van haar dochter, slapen en nooit meer wakker worden. Mijn moeder heeft altijd gelijk gehad: ‘Het komt goed’.

Heb jij de zorg wel eens van een andere kant meegemaakt, en wil je hier graag over vertellen? Mail dan naar redactie.tvv@bsl.nl

Blijf op de hoogte van interessante blogs van verzorgenden met de gratis online nieuwsbrief van TVV voor verzorgenden >>