Een jaar na het oplopen van niet-aangeboren hersenletsel heeft bijna de helft van de mensen geen of een beperkt ziekte-inzicht. Hoe kan je hen nu de beste zorg geven? Neuropsycholoog Arno Prinsen geeft drie praktische tips.
‘Wanneer het brein beschadigd is, kan het moeilijk zijn voor de cliënt om te snappen wat er precies aan de hand is. Er ontstaat een 2.0-versie van de cliënt. Het is aan jou als verzorgende om hen te helpen ontdekken wie ze zijn geworden,’ vertelt neuropsycholoog Arno Prinsen. Met zijn ruim 27 jaar ervaring heeft hij drie belangrijke adviezen voor hoe je dit kan doen.
1. Wees nieuwsgierig naar de persoon zelf
‘Soms is het voor cliënten moeilijk om te begrijpen waarom ze hulp nodig hebben. Om een goed contact met ze te krijgen, moet je als verzorgende werken aan het opbouwen van vertrouwen. Dat begint bij nieuwsgierige vragen stellen. Bijvoorbeeld: ‘Kunt u iets aanwijzen in uw kamer wat voor u belangrijk is?’ Of: ‘Kunt u iets vertellen over uzelf?’ Dat werkt beter dan direct aan de cliënt gaan uitleggen waarom je er bent.
Kijk ook eens om je heen als je de cliënt bezoekt. Misschien hangen er foto’s van kleinkinderen aan de muur. Of loopt er een huisdier rond. Wees eerst nieuwsgierig naar de persoon áchter de cliënt en sluit aan bij zijn beleving. Creëer vertrouwen, ook als de cliënt niet precies weet wat je komt doen. Dat is de basis van een goede connectie en zorgt ervoor dat je in ieder geval niet de deur uit wordt gezet.’
2. Orden hun wereld
‘Wanneer de vertrouwensband er is, kan je verder met het ordenen van hun wereld. Oftewel: zorg dat er opties zijn. Dus als een cliënt zich moet aankleden, zorg dan dat er twee kledingopties zijn. Of laat iemand de keuze maken om tv te kijken of radio te luisteren. Op die manier zorg je ervoor dat cliënten regie over hun leven krijgen. Op een manier die past bij hun beperkingen en mogelijkheden. Let er wel op dat je niet te veel opties aanbiedt. Dat kan weer zorgen voor keuzestress en daardoor kunnen ze blokkeren.
Door te ordenen, krijgt de cliënt de tijd om na te denken over de nieuwe situatie met zijn hersenbeschadiging. Dat zorgt er weer voor dat hij meer zicht krijgt op hoe zijn leven er nu uitziet.’
3. Kom niet meteen met oplossingen
‘Soms zie je agressie, verlies van zelfcontrole of een onhandige omgang met anderen. Dan kan je snel denken: dit is niet de bedoeling. Maar je moet altijd bedenken: begrijpt de cliënt zelf waarom zijn gedrag een probleem is?
Wanneer cliënten iets niet begrijpen, gaan ze hun gedrag ook niet aanpassen. Zeg bijvoorbeeld geen dingen als: ‘Ik heb het eerder gezegd: u moet niet naast die meneer zitten, daar heeft u altijd ruzie mee.’
Sociale interactie is voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel vaak moeilijk. Dus iemand zal niet begrijpen wat het probleem is. Ga samen kijken wat een passende oplossing kan zijn. Een die past bij de behoefte aan structuur van de cliënt (op het gebied van voorspelbaarheid, regelmaat en duidelijkheid, red.).
Dat kost soms wat meer tijd. Als een cliënt bijvoorbeeld al zijn hele leven rond elf uur ’s avonds gaat slapen en hij moet nu opeens om half tien naar bed, dan kan dat voor stress zorgen. Dat wil je voorkomen, en dat kan door als verzorgende flexibel te zijn.’
Wil je meer weten over omgaan met niet-aangeboren hersenletsel?
Neuropsycholoog en docent Arno Prinsen is een van de sprekers op het congres Niet-aangeboren hersenletsel op 23 september 2026 in Ede. Tijdens zijn sessie leer je hoe je kan omgaan met een beperkt ziekte-inzicht na niet-aangeboren hersenletsel. En hoe je cliënten toch kan proberen te motiveren.
Andere onderwerpen die tijdens deze dag vol inspirerende lezingen van verschillende sprekers aan bod komen, zijn onder andere:
- Leven met overprikkeling en vermoeidheid – de impact van NAH van binnenuit.
- Optimaal samenwerken en communiceren met je cliënt, het netwerk en collega’s.
- De juiste aanpak in de vroege fase na een hersenschudding voorkomt ellende!
Voor meer informatie over het programma en de sprekers, klik hier.
Dit artikel verscheen eerder op Nursing.nl.

