Zorgcriminaliteit is volgens opsporingsdiensten, gemeenten en politici uitgegroeid tot een vorm van georganiseerde criminaliteit die alleen met strengere toelatingseisen en meer preventief toezicht kan worden teruggedrongen. De recente maatregelen van minister Mirjam Sterk (VWS) zijn een stap vooruit, maar volgens betrokkenen nog lang niet voldoende.
Aanleidingen zijn er genoeg, zo blijkt uit een recent achtergrondartikel van Zorgvisie. De afgelopen maanden kwamen onder meer zaken aan het licht van witwassen via zorg-bv’s, valse zorgdiploma’s, gefingeerde stages en malafide uitzendbureaus die zorgpersoneel met vervalste papieren inzetten. Ook de Financial Intelligence Unit Nederland registreert een groot aantal ongebruikelijke transacties in de zorg.
Minister Mirjam Sterk van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kondigde daarom in juni een pakket maatregelen aan. Vanaf 2028 moeten nieuwe zorgaanbieders strenger kunnen worden gescreend met de Wet Bibob.
Deze Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is een Nederlandse wet die de overheid de mogelijkheid geeft om de integriteit van (aanvragers van) vergunningen en subsidies te screenen. Het doel is te voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten of witwaspraktijken faciliteert.
Daarnaast trekt het kabinet jaarlijks 50 miljoen euro extra uit voor toezicht en opsporing. Zorgkantoor Menzis loopt daar inmiddels op vooruit door Bibob-screening al toe te passen bij nieuwe aanbieders in de langdurige zorg.
Dezelfde namen
Toch zeggen Kamerleden Jan Struijs en Corrie van Brenk (50PLUS) dat de overheid veel te laat in actie komt. Volgens Struijs is zorgfraude allang niet meer beperkt tot onterechte declaraties, maar gaat het ook om witwassen, mensenhandel en andere vormen van zware criminaliteit.
‘De namen die je hierbij tegenkomt zijn dezelfde namen als uit de zware criminaliteitsdossiers,’ zegt hij. Volgens Struijs blijft de zorg bovendien te toegankelijk voor malafide ondernemers. ‘Het is nog steeds moeilijker om een frietkraam te beginnen dan een zorgorganisatie.’ Daarom pleit hij voor strengere toelatingseisen én een veel grotere opsporingscapaciteit.
Preventie is belangrijk
Joost van Slobbe, hoofd Recherche Zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie, onderschrijft dat preventie belangrijker is dan alleen meer rechercheurs. ‘Opsporing blijft altijd het laatste redmiddel. Met het opsluiten van criminelen alleen los je het probleem niet op. Je moet criminaliteit al bij de toegang weren.’
Volgens Van Slobbe biedt de huidige wetgeving nog altijd ruimte voor misbruik, bijvoorbeeld via niet-gecontracteerde zorg of uitzonderingen voor kleine aanbieders. Een bredere vergunningsplicht kan helpen, maar ook die zal volgens hem niet alle criminelen tegenhouden.
Vanachter het bureau
Ook gemeenten zien resultaat van strengere controles. Eugène van Mierlo, wethouder in Almelo en bestuurder van het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ), wijst op de gezamenlijke aanpak van de veertien Twentse gemeenten. Bij de screening van 578 zorgaanbieders werden 28 partijen met ernstige signalen aangetroffen.
Volgens Van Mierlo zijn hierdoor ruim duizend cliënten beschermd en miljoenen aan maatschappelijke kosten voorkomen. Daarnaast pleit hij voor meer fysieke, onaangekondigde controles. ‘Vanachter je bureau ontdek je niet dat een locatie voor beschermd wonen helemaal geen bewoners heeft.’
Stroomversnelling
Hoewel de aanpak van zorgcriminaliteit de afgelopen maanden in een stroomversnelling is geraakt, is de centrale boodschap van alle betrokkenen dezelfde: alleen extra opsporing is niet genoeg. Zolang malafide ondernemers relatief eenvoudig kunnen toetreden tot de zorgmarkt, blijft de overheid volgens hen achter de feiten aanlopen. Eerst moet de kraan dicht, pas daarna heeft dweilen echt zin.
Dit artikel verscheen eerder op Skipr.nl.

