Sarah Blom: ‘Zo zorg je voor een minder pijnlijk afscheid bij dementie’

Vraag verzorgende Daphne: ‘Een cliënt bij ons op de afdeling is in de beginnende fase van dementie. Hij mist zijn vrouw –die hem regelmatig bezoekt- enorm, en wil graag bij haar zijn. Als ze afscheid van elkaar nemen na een bezoek is dit hartverscheurend. Want als zijn vrouw weggaat, wil hij graag mee. Hoe maken we dit afscheid minder heftig?’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Fotolia

Antwoord ouderenpsychologe Sarah Blom: ‘Zodra je als verzorgende problemen rondom het afscheid signaleert, is het belangrijk dat je gelijk met de familie om tafel gaat. Overigens is het ook goed om tussendoor eens bij familie te informeren hoe het afscheid van de cliënt gaat. Want familie laat niet altijd blijken dat een afscheid hen verdriet doet, en likken hun wonden thuis: ze gaan piekeren over of ze het wel goed doen. Vervolgens wordt de emotie rondom het afscheid veel zwaarder, zonder dat dit teruggekoppeld wordt naar de verzorgende. Houd dus een vinger aan de pols.

In gesprek met familie

Maar er zijn ook cliënten bij wie het overduidelijk is dat ze verdrietig zijn bij het afscheid nemen. Een succesvol afscheid hangt grotendeels af van de familie. Dus daarom: ga met hen in gesprek over hoe jullie het afscheid insteken. Als het afscheid moeizaam gaat omdat de cliënt verdrietig is, heeft familie de neiging om te gaan treuzelen bij het weggaan. Ze twijfelen over wat de beste manier is, raken gestrest en verdrietig. Het algemene advies is: niet treuzelen, in één keer gaan. Wees hierbij als familie duidelijk. Zeg: “Ik ga nu weg, ik kom morgen weer terug.” Het is extra belastend voor de cliënt, als een echtgenote weer terugloopt om haar verdrietige man te troosten. Het laat een vervelend afscheid onnodig lang duren.

Let op gezichtsuitdrukking

Een andere tip is om het afscheid luchtig te houden en ervoor te waken dat familie verdrietig of gestrest kijkt. Mensen met dementie zijn heel gevoelig voor gezichtsuitdrukkingen en voelen emoties extra goed aan. Dat raakt hen heel erg. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat een iemand met dementie zich prima voelt bij het afscheid, maar door de gezichten van de naasten opeens moeite hiermee krijgt. Vervolgens zie je de onrust ontstaan. Dus niet het weggaan, maar de manier waaróp bezoek weggaat, zorgt voor onrust.

Vermijd bepaalde woorden

Overigens zijn dit algemene adviezen. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Het is maatwerk, en soms moet je verschillende manieren uitproberen om te zien wat het beste werkt. Het kan bijvoorbeeld ook een tactiek zijn om als familie niet te zeggen dat je naar huis gaat, maar dat je even een boodschap gaat doen. Bepaalde woorden hebben voor iemand met dementie een enorme emotionele lading, dus die kun je beter vermijden. Dit zijn woorden zoals: ‘huis’, ‘weg’, ‘afscheid’, ‘geld’… Waarom geld? Dat is ook een beladen  thema voor mensen met dementie. Sommigen zijn bang dat ze geen geld hebben, iets niet kunnen betalen… Dus vermijd dit soort woorden. Blijf wel  kijken naar de reactie van je cliënt. Sommigen hebben juist wél behoefte aan duidelijkheid, en willen dat je zegt: ‘Ik ga naar huis, ik zie je morgen weer.’

Prikkels

Andere prikkels waaraan iemand met dementie emotionele waarde hecht, zijn bepaalde handelingen bij het afscheid: je jas pakken, sleutels laten rinkelen… Vraag familie om dit zoveel mogelijk buiten het zicht te doen. Want als je je jas pakt, krijgt de cliënt een prikkel: doordat je cliënt het ziet, voelt zij ook de drang om weg te gaan. Als je cliënt deze handeling níet had gezien, was die prikkel er ook niet geweest. Dit noemen we automatisch gedrag: aan de beleving is bepaald gedrag gekoppeld. Mensen met dementie vallen terug op de lagere regionen van de hersenen: die zijn meer op automatisch gedrag ingesteld.

Andere locatie uitproberen

Bij het uittesten van afscheidsmomenten, kan ook de locatie van het afscheid een rol spelen: familie kan bijvoorbeeld in de huiskamer afscheid nemen, in plaats van bij de deur. Of zorg ervoor dat jij er als verzorgende bij aanwezig bent, zodat de vertrekkende persoon minder opvalt, omdat de cliënt nog steeds een vertrouwd gezicht ziet: dat van jou. Of plan het afscheid vlak voor een activiteit die meteen afleidt, bijvoorbeeld voor het eten. Zo is er geen leeg moment waarin de cliënt kan piekeren over het afscheid.

Sarah Blom is ouderenpsycholoog en theatermaker. Met haar muziektheaterstuk DAG MAMA reikt ze inzichten en handvatten over omgaan met dementie. Ook schreef ze de bestseller ‘Jij bent toch mijn dochter’

Een andere invalshoek: het kan zijn dat de cliënt bij het afscheid van de ene naaste veel emotioneler is dan bij de andere. Bij de zoon kan het bijvoorbeeld heel makkelijk gaan, en bij de dochter is de cliënt heel emotioneel. Vraag dan of broer en zus sámen op bezoek kunnen komen, zodat de dochter eerder weggaat dan de zoon. Hoe het kan dat de cliënt bij de één emotioneler is? Sommige familieleden zijn de ‘de klos-dochter’. Zij hebben de meeste mantelzorg op zich genomen, bij haar voelt de cliënt zich het veiligst en laat zij zich sneller helemaal gaan. Met iedereen heeft je cliënt weer een andere band.

Stiekem weggaan

Of stiekem weggaan een goede tactiek is? Bij sommigen kan dat inderdaad werken. Sommige verzorgenden zeggen: laat die ene dochter maar niet meer komen, want daarna is het een ramp met mevrouw. Maar daarmee ontneem je je cliënt een positief moment met haar dochter. En dealen met negatieve dingen hoort nu eenmaal óók bij je werk.

Heb jij een vraag over onbegrepen gedrag bij dementie? Mail hem naar redactie.tvv@bsl.nl ovv ‘Vraag voor Sarah’, en wie weet beantwoordt ze hem hier binnenkort!

Wat ook de moeite waard is om onder de loep te nemen: het bezoekje zélf. Want misschien ontstaat die onrust niet door het afscheid, maar omdat je cliënt tíjdens het bezoek helemaal  overprikkeld is geraakt. Een echtgenote kan bijvoorbeeld tijdens het bezoek haar man met dementie gaan testen of hij dingen nog weet. Zij kan hem overvragen, of zijn kinderen willen dat alles nog zoveel mogelijk lijkt op vroeger. Dus ze nemen hun vader mee naar het café voor een drankje, en doen vervolgens nog een boodschap met hem. Dat kan veel te intensief zijn voor iemand met dementie. Vervolgens zie je dat je cliënt heel emotioneel bij het afscheid is, maar dat komt doordat hij totaal overprikkeld en verward is. Dus bedenk: is je cliënt emotioneel door het afscheid, of ontstond de onrust al tíjdens het bezoek? Misschien kan familie een andere invulling aan het bezoekje geven? Vaak neemt familie de naaste mee naar beneden, en hebben verzorgenden géén idee wat ze eigenlijk doen. Hoe zien die momenten eruit? Familie heeft ook vaak behoefte aan tips voor het bezoek, als er geen woorden meer zijn. Wellicht kun je hier als verzorgende bij ondersteunen.  Vraag dus in een gesprek met familie hoe de bezoekjes zelf gaan.

Waarom verzamelt mijn cliënt zoveel? Wat doe ik als mijn cliënt naar huis wil? Hoe ga ik om met ‘lastige familie’? Wat doe ik als mijn cliënt naar overleden personen vraagt? Hoe reageer ik als mijn cliënt me uitscheldt? De adviezen van Sarah Blom op een rij >>

Is je cliënt desondanks nog steeds erg verdrietig na een afscheid? Dan is het belangrijk dat je als verzorgende even stilstaat bij dit verdriet. We hebben de neiging om zo snel mogelijk af te leiden of te sussen. Maar dat gaat niet zonder eerst stil te staan bij dat grote verdriet. Zeg dus niet meteen: ‘Kom op meneer Pietersen, we gaan lekker koffiedrinken.’ Daarvan raakt je cliënt verward, want hij kan geen uiting geven aan zijn emoties. Een bal die je hard naar beneden duwt in het zwembad, komt ook weer hard naar boven.

Verdriet de ruimte geven

Hoe je ruimte geeft aan de emoties van je cliënt? Vraag door: wat vindt u moeilijk aan het vertrek? Dan kun je erachter komen dat de cliënt niet verdrietig is dat de dochter weggaat, maar dat hij zich zorgen maakt omdat zijn dochter net gescheiden is. Je staat soms verbaasd om wat mensen met dementie nog meekrijgen en waar ze zich zorgen over maken. Zeg: “Ik zie een traan op uw gezicht, u bent verdrietig, ik zie het aan u. Wat maakt u zo verdrietig?” Zo is er even een moment voor het verdriet, zodat het daarna kan uitdoven.

Afspraken met collega’s

Dus probeer dingen uit, maar maak vervolgens wel als team van verzorgenden een script met elkaar: hoe gaan we hier met zijn allen mee om? Want het is wel belangrijk dat je allemaal hetzelfde reageert als de cliënt bij de deur staat te huilen na het afscheid. Maar voor dat plan heb je dus óók de hulp van familie nodig. Die heeft een grote rol in het gedrag van de cliënt.

Bekommer je om familie

Tot slot: denk ook aan de familie zelf. Bel dus naar de partner van je cliënt, om te zeggen dat haar man lekker tv aan het kijken is en niet meer verdrietig is. Familie denkt soms dat iemand nog urenlang verdrietig is, maar dat is vaak helemaal  niet zo. Als ze dit weten, is het makkelijker om de volgende keer weer afscheid te nemen. Met zo’n telefoontje investeer je ook enorm in de band met de familie. Je laat ermee zien: ik denk met u mee, ik wil dat het goed met u gaat. Die mini-momentjes van aandacht voor familie, daar bereik je veel meer mee dan twee keer per jaar een MDO-gesprek.

Blijf op de hoogte van nieuwe adviezen van Sarah Blom, met de gratis online nieuwsbrief van Tijdschrift voor verzorgenden >>